Magazine

In lijn: Art of performing

Highlights

Op het snijvlak van dans, beeldende kunst en nieuwe media

Art of Performing
Feeling curious?


Art of Performing laat de nieuwste ontwikkelingen zien op het gebied van hedendaagse podiumkunsten. Makers die de grenzen tussen de kunstdisciplines doorbreken en spannende cocktails mixen van beeldende kunst, dans, theater, muziek en nieuwe media. Makers die het DNA van Rotterdam versterken; stoer, internationaal, avontuurlijk en onconventioneel.

We openen de programmalijn Art Of Performing in september (zie pagina 89) met een keur van internationale makers. Makers die de ogen niet sluiten voor de actualiteit maar op geheel eigenwijze manier boven de actualiteit uitstijgen, vragen stellen en dit willen delen met het publiek. De AOP-week staat bol van de adrenaline, dancehall feesten, installaties, meet & greets en must sees.
 

 

“Alle kunst gaat over tijd en breken met traditie.”
Programmeur Dave Schwab en beeldend kunstenaar Gyz La Rivière praten over beeldende kunst en theater. 

 

Dave Schwab is de programmeur Dans en Performance van de Rotterdamse Schouwburg. Daarnaast leidt hij samen met Tanja Elstgeest het Productiehuis. Gyz La Rivière is beeldend kunstenaar en vormgever. “Ik maak van alles, van neonkunstwerken tot films. Voor sommige mensen is dat verwarrend, voor mij is dat doodnormaal. Een hoop van mijn werk gaat over steden, en Rotterdam in het bijzonder. Ik heb de stad zo zien veranderen, daar haal ik inspiratie uit.” De experimenten die je ziet in de Art of Performing-voorstellingen zijn volgens Dave heel goed op hun plek in Rotterdam: “Deze stad heeft weinig traditie op het gebied van kunst en cultuur, dat biedt veel ruimte. Het beetje traditie dat er is, is er één van experiment. Weet je dat er in de oude noodschouwburg al een stuk van de avantgardistische maker Robert Wilson opgevoerd werd? Dat kon! Die traditie wil ik doorzetten.” Gyz reageert instemmend: “In Rotterdam hebben altijd mensen met een goed oog gewerkt. Jeff Koons had zijn eerste Nederlandse solotentoonstelling in een Rotterdamse galerie. Als de aanwezigheid van kunst en cultuur lange tijd niet vanzelfsprekend is geweest, moet je harder je best doen en beter op de hoogte zijn van de rest van de wereld.” Dave noemt maker Trajal Harrell als een dergelijk voorbeeld: “Hij wordt nu opgepikt door alle grote musea, het MoMa, Londen, Parijs. Hij heeft al eerder bij ons gestaan, en nu hebben we hem weer.”

 

 

Performance en beeldende kunst

Bestaat er eigenlijk nog een grens tussen performance en beeldende kunst? Dave: “Ik denk dat de huidige generatie veel minder vastzit aan één discipline. Door Caen Amour in onze hal plaats te laten vinden, proberen we een stukje museum in de schouwburg te maken. Die grens zoeken we graag op.” Gyz ziet wel degelijk een onderscheid: “Performance heeft een 'arena' nodig, ofwel aanwezig publiek. Dat maakt het direct anders dan een kunstwerk als object in een ruimte plaatsen. Daarbij komt dat het beiden arrogante daden zijn, en elitair.” Dave is het daarmee eens: “Kunst moet ook elitair zijn. Niet op de manier dat het alleen voor de maatschappelijke elite is, maar in de zin dat het iets nieuws en unieks probeert te bereiken.”

Een afspiegeling van je tijd

Omdat de voorstellingen abstractere vormen gebruiken, lenen ze zich om grote thema's te behandelen. De waan van de dag lijkt dan ook ver weg. Gyz houdt daar van: “Het is fijn als een voorstelling me mee kan nemen in een soort sprookje.” Dave reageert: “Goed theater overstijgt ook de realiteit.” Gyz: “De realiteit is op dit moment wel te gek voor woorden, trouwens” Leent die vreemde realiteit zich dan als inspiratie voor de makers? Volgens Dave gebeurt dat niet letterlijk: “Ik denk dat deze makers wel geëngageerd zijn, maar dat op een andere manier willen laten zien.”
Gyz: “Iedere maker wil op zijn eigen manier schoonheid neerzetten. De actualiteit is dan niet zo belangrijk. We zijn allemaal een product van de wereld waar we in leven, dat neem je mee in wat je maakt. Je bent een afspiegeling van je tijd.” Dave: “Florentina Holzinger is iemand die door zichzelf bijna gewelddadig af te pellen op zoek is naar kwetsbaarheid. Dat is in deze gewelddadige tijd op een bepaalde manier actueel te noemen. Een andere voorbeeld is Rodrigo Garcia. Hij probeert steeds het goede te doen, en faalt daar iedere keer in. Hij probeert schoonheid te laten zien en komt op nihilisme uit. Dat geeft me troost, omdat ik daar iets in herken.”

 

 

De tijd bepaalt de vorm

In het werk van Gyz zie je het hergebruik van bestaande plekken en voorwerpen terug. Een principe dat bekend staat als de ready made. Waarom doet hij dat op die manier? Gyz: “Door iets in een andere context te plaatsen kan je er iets anders van maken. Rotterdam heeft daar een traditie in, met gasten als Vaandrager en Sleutelaar.” Dave: “Vaandrager, daar ben ik echt fan van!” Gyz: “Dat heeft me onbewust wel beïnvloed. Rotterdam is mijn klei, verf en canvas, dat is zo gegroeid. Omdat we meestal naar de toekomst kijken, ben ik juist naar het verleden gaan kijken. Ik wil er voor waken dat we het verleden uitgummen.” Dave: “Er is een quote van Shakespeare die daar over gaat: het zijn niet de mensen die veranderen, het is de vorm. De tijd bepaalt de vorm, maar mensen blijven dezelfde fouten maken. In de performancekunst zie je dat er steeds een commentaar wordt gemaakt op hetgeen er aan vooraf ging, en dat er tegelijk iets nieuws wordt gemaakt. Dat is heel universeel.” Gyz: “Alle kunst gaat over tijd en breken met traditie. Maar ik houd ook van traditie, dat is de grote paradox”

Trots

Voor de beeldende kunst in Rotterdam is de Witte de Withstraat lange tijd een belangrijke plaats geweest. Veel instellingen en galeries vestigden zich in de straat. Op de gevel van het café waar we zitten bevindt zich zelfs de mini-galerie De Aanschouw. Dat karakter van de straat is niet uit zichzelf ontstaan en is ondertussen aan het veranderen naar een populair uitgaansgebied. Gyz: “Toen het Maritiem Museum werd gebouwd zagen ze in de Witte de With dé route naar het Boijmans en andersom. Het is toen gaandeweg bedacht als de kunst-as van de stad. In de jaren '80 liep het in deze straat namelijk ontzettend de spuigaten uit met overlast. Het resultaat zie je nu; het is een tweede Stadhuisplein geworden.” Over die laatste ontwikkeling word nog wel eens geklaagd, maar Gyz noemt het een logisch gevolg van de toegenomen populariteit van de stad. Dave is juist blij dat er tegenwoordig wat meer trots op de stad bestaat: “Rotterdam heeft een groot minderwaardigheidscomplex gehad. Net als Feyenoord. Dat heette dan altijd 'werkvoetbal', terwijl we heel technische voetballers hadden.” Gyz: “Dat hebben alle tweede steden hoor, in Engeland zie je dat heel goed. Sheffield, Bristol, Liverpool, Manchester, die staan allemaal zo 'tegenover' Londen. Maar nu lijkt de rest van Nederland Rotterdam te ontdekken. Ik voel me bevoorrecht dat ik op dit moment de stad mee kan maken; het harde werk wat in deze stad is gestopt gaat echt werken.”

 

Toekomst

Hoe zien Dave en Gyz de toekomst van de kunsten in de stad? Gyz: “In deze multiculturele stad vind ik de kunstsector te wit. Er zou veel meer publiek voor kunst in de stad moeten zijn. Meer publiek betekent trouwens niet dat dingen niet klein kunnen zijn. Ik denk dat er veel mensen zijn die best naar de schouwburg zouden willen, maar het simpelweg niet kunnen betalen. Dat zie je wel aan het succes van de Rotterdampas. Gelukkig is die er.” Dave: “Er moet zeker meer publiek komen, maar dat moet niet betekenen dat alle kunst iedereen aan moet spreken. Kunst moet juist alleen maar specifieker worden.” Beiden zijn het er over eens dat het huidige culturele klimaat zijn beperkingen kent. Gyz: “Jonge kunstenaars nu hebben het moeilijk, er is weinig om op terug te vallen. Ik ben wel bang dat op deze manier alleen rijkeluiskinderen nog kunstenaar kunnen worden. Dat wil je toch niet? Dat wordt kunst elitair op de verkeerde manier.”
Dave: “De verschillende kunsten zouden dichter bij elkaar moeten komen. Eigenlijk is het raar dat Gyz en ik elkaar vandaag voor het eerst spreken. Zulke verbindingen kunnen we veel meer maken, met mensen en instellingen.”

tekst: Fay van der Wall
beeld: Salih Kilic