Magazine

In lijn: Theater Rotterdam

Highlights

Maak kennis met de makers van het nieuwe stadstheater

Hoe te kiezen uit de 220 voorstellingen die de Rotterdamse Schouwburg in het seizoen 16/17 op het programma heeft staan? Om daar een handje bij te helpen introduceerden we acht 'lijnen' in de seizoensgids.



Ellen Walraven en Ernest van der Kwast in gesprek over verbeelding en engagement en natuurlijk Rotterdam

Toen Ellen Walraven naar Rotterdam verhuisde, kreeg ze via via een tip over een huis dat te koop stond. Het bleek het huis naast dat van Ernest van der Kwast te zijn. Ernest regelde de sleutel en samen bekeken ze het huis. Uiteindelijk zijn ze geen buren geworden, maar wel goede bekenden gebleven. Nu vertelt Ernest dat de huizenprijzen in zijn buurt sterk gestegen zijn. “Ze heeft één keer niet naar me geluisterd en dat heeft haar nu al twee ton gekost!” lacht Ernest. We zitten bij Heilige Boontjes, aan het Eendrachtsplein om in gesprek te gaan over de programmalijn Theater Rotterdam. De gemene deler in deze lijn: het zijn voostellingen van alle makers die samen Theater Rotterdam gaan vormen.



Dramaturgische klus

Ellen legt uit waarom we bij Heilige Boontjes hebben afgesproken: “Het vakmanschap van het koffiebranden wordt hier, ook nog eens in het oude politiebureau, ingezet om mensen een betere toekomst te geven. Het is echt, geen 'windowdressing' van een groot commercieel bedrijf. Dat is mooi aan deze plek.” Ellen is op dit moment nog directeur van de Rotterdamse Schouwburg, vanaf 2017 is ze artistiek directeur van Theater Rotterdam. “Van huis uit ben ik dramaturg, dat heeft meer te maken met de inhoud en het maken van voorstellingen dan met het presenteren er van. Met Theater Rotterdam wil ik die werelden dichter bij elkaar brengen, in relatie tot de stad. Eigenlijk is dat ook een soort dramaturgische klus.” Ernest van der Kwast is schrijver van boeken als Mama Tandoori, De IJsmakers en Het wonder dat niet omvalt. Daarnaast is hij als programmamaker in Rotterdam actief. Vaak van literaire programma's, maar hij maakt en presenteert ook maandelijks Rotterdam Late Night: een talkshow over kunst, cultuur, politiek en architectuur. “Daarmee willen we laten zien wat er in de stad leeft, maar vooral mensen inspireren om een voorstelling of expositie te gaan bezoeken.” Af en toe modereert Ernest ook stedelijke debatten, zo vertelt hij pas nog een debat over de Woonvisie geleid te hebben. Ellen en Ernest raken in een bevlogen gesprek over de ambities die in de Woonvisie aan bod komen. De wens om rijkere inwoners naar de stad te trekken; om wijken gemengder te maken. Ze zijn genuanceerd kritisch. Ernest: “Ik keur verdeling in de stad af. In Kralingen ken ik drie scholen die volledig 'wit' zijn. Dat vind ik niet meer van deze tijd en dat is een grote uitdaging waar deze stad voor staat: we mogen geen gesegregeerde stad worden.”
 

Verbeelding

Kunst, cultuur en onderwijs hebben zowel voor Ellen als Ernest een belangrijke rol in het beter maken van de stad. Ernest vond zelf zijn liefde voor theater en literatuur op het Erasmiaans Gymnasium, dankzij docent Jules Terlingen. “Het belangrijkste dat je leerlingen kan bieden naast de droge stof is verbeelding”, aldus Ernest. Ellen is er van geschrokken dat taal voor de kinderen op de school van haar zoon écht het allerstomste is om je mee bezig te houden. “Tegelijk zie ik in de schouwburg zo veel mensen die van taal houden, de macht en de kracht er van kennen en ermee kunnen spelen. Het zou mooi zijn als we dat vakmanschap voor het onderwijs zouden kunnen inzetten.” Ernest stemt in: “Als er niet in die verbeelding geïnvesteerd wordt, gaan we grote groepen mensen krijgen die alleen maar letterlijk kunnen denken. Verbeelding heb je nodig om begrip op te brengen voor anderen.” De geëngageerde toon van het gesprek zie je terug in de voorstellingen in de programmalijn Theater Rotterdam, al ligt het er niet altijd dik boven op. Ellen: “Veel makers hebben geen kant-en-klaar engagement dat zich direct vertaalt in een stelling als 'ik ben tegen klimaatverandering', maar ze stellen de vraag op scherp en doen onderzoek. Het engagement zit vooral in hun actieve houding en het nemen van risico's. Een aantal is op zoek naar de betekenis van hun identiteit en rol. Een goed voorbeeld daarvan zijn Boogaert en Van der Schoot. Zij houden zich veel bezig met wat ze zelf 'rolflexibiliteit' noemen: kunnen we voorbij man en vrouw denken? De kaders oprekken? Of helpen de conventies en ‘hokjes’ juist om de rollen te spelen? Ze maken nu de voorstelling met de naam Freddie, omdat ze geïnspireerd worden door Freddie Mercury, die zowel in de gay-scene als in de rock scene een rolmodel was.” Ernest: “Hoe ziet de programmering om de voorstellen heen er uit? Ik mis zo vaak context bij een goede voorstelling. Als ik zelf iets programmeer, moet daar om heen ook discussie kunnen plaatsvinden.” Ellen: “Met de lijnen in de programmering proberen we al voor context te zorgen. En we zijn nu op zoek naar een dramaturg voor ons stadsgezelschap; iemand die bruggen tussen de makers van Theater Rotterdam gaat maken, en tussen de grootstedelijke vraagstukken.”
 

Radicale makers

Ernest mijmert verder over mogelijkheden om verbeelding de stad in te brengen. Hij vraagt zich hardop af of de kunsten niet sneller gevraagd moeten worden zich over de actualiteit uit te spreken.
“Om maar een heel truttig voorbeeld te noemen, bij mij in de wijk zie ik heel veel zwerfvuil op straat. Dat is in de hele stad een probleem. Nu wil Leefbaar Rotterdam als oplossing de boetes verhogen. Dat is alleen maar symptoombestrijding. Ze zouden de kunsten moeten inschakelen! Maar op het Stadhuis lijkt er toch een wantrouwen te bestaan.” Ellen vertelt dat sommige makers en kunstenaars die aan Theater Rotterdam verbonden zijn al op een dergelijke manier werken: “Ze willen veranderingen teweeg brengen door dingen te dóén.” Als voorbeeld noemt Ellen het Museum of Water van de Britse live-artist Amy Sharrocks, dat de schouwburg dit jaar op het Afrikaanderplein in ’t Gemaal ontwikkelde: “Ze geeft niet de belerende boodschap dat je water niet mag verspillen, ze laat door middel van verhalen zien hoe bijzonder water is en wat een belangrijke plek het heeft in je leven.” Met de seizoensgids tussen de koffiekopjes opengeslagen op tafel kijken we naar de voorstellingen in de lijn. Ellen: “Gisteren zag ik een doorloop van de voorstelling van Marjolein van Heemstra. Een vluchteling uit Afghanistan is oppas voor haar kind. Dat confronteert haar met haar eigen moraliteit met betrekking tot het helpen van mensen.” Van Heemstra maakt nu samen met het betreffende meisje een voorstelling. “Ze laat daarmee zien dat je zulke pijnlijke gesprekken kunt voeren met de mensen om wie het gaat. In deze stad gaat het vaak over 'niet lullen maar poetsen'. Ik houd niet van dat gezegde, maar het is op een bepaalde manier wel de houding die ik zo graag zie bij de makers.”
 

 

tekst: Fay van der Wall
beeld: Salih Kilic