Jacobus Wieman maakt een vrolijke bewerking van het oude sprookje. De voorstelling wordt een feest van herkenning en zit vol met gekkigheid. Koos staat als een heuse chefkok in de keuken en zwaait met zijn pollepel en roert in de pan. En vertelt ondertussen het verhaal van de twee kinderen die achterblijven in het grote bos.