Onrustbarend grappige voorstelling over een tot zelfdestructie geneigde familie
Een Nederlandse expat-familie wordt bijeengehouden door gefnuikte ambities en heeft zich terug getrokken in een Zuid-Afrikaans droomhuis. De vader, de moeder en de twee volwassen zoons - achter hoge muren die de rest van de wereld buitensluiten hebben ze alle tijd om zich op elkaar te richten en om zich te stoten aan hun onvrede en frustraties. Door dit gezin loopt een barst van gemankeerd kunstenaarschap, van onvervuld verlangen en van zwelgen in de eigen zwakte.
“Een gezin dat zijn heil zoekt in Afrika, eindigt in een roestige caravan omgeven door troep. Hogeschool stand-up comedy en ragfijne poëzie.” (De Volkskrant ****)
“Dood Paard en Rob de Graaf laten zich hier van een onkarakteristieke kant zien en dat smaakt naar meer.” (Het Parool ***)
Geïnspireerd door onder andere Eugene O’Neills drama Long day’s journey into night (1941) maakt Dood Paard een geheel nieuw stuk, dat gaat over afkeer en verbondenheid, over het geloof in bevrijding en over de gevangenis die werkelijkheid heet. Maar hoe diep de spiraal ook naar beneden draait – een elementaire levenskracht blijft tot op het allerlaatst bestaan. Wat er vandaag niet is, dat kan morgen toch nog komen…
Het verhaal over een disfunctioneel gezin, dat wordt geteisterd door allerlei soms aan het licht komende maar vaak ook strikt onbespreekbare conflicten en problemen, is verplaatst van de VS in 1912 naar het Zuid-Afrika van nu en de Amerikaanse familie is een Nederlands expat-gezin geworden. Maar de sluimerende haat, de gekortwiekte liefde en de emotionele onvrede die soms onrustig sluimert maar meestal klaarwakker is zijn nog dezelfde als in O’Neills voorbeeld.
In die nag zal een bittere, pijnlijke en op een onrustbarende manier ook heel grappige voorstelling worden, over een tot zelfdestructie geneigde familie die zich staande moet zien te houden in een vijandige wereld. De taal is hun wapen, maar dat wapen beschadigt wat het had moeten beschermen.