In Fugu waagt Karina Holla zich aan een duet met de Japanse danser Kenzo Kusuda waarin het gedachtengoed van Kafka en Murakami samenstroomt in een bad vol intensiteit.
Vergiftigd door herinneringen worstelt een vrouw met haar laatste levensfase.
Fugu is een kogelvis, een Japanse delicatesse die dodelijk kan zijn. De kok moet speciaal zijn opgeleid, want de kleinste vergissing bij het klaarmaken van de giftige kogelvis is dodelijk. Dat maakt de aantrekkingkracht intussen zeker niet minder. Fugu wordt vaak uitgesproken als ‘fuku’, geluk.
Na de solo Être blessé (genomineerd voor de VSCD-Mimeprijs) en Zwanen-zang gaat Karina Holla in Fugu een intiem duet aan met de Japanse danser Kenzo Kusuda, die eerder werkte met Emio Greco en Shusaku Takeuchu. Twee verhalen vormen het uitgangspunt. In het eerste wekt een man die lijken verzorgt een oude vrouw tot leven. Dat brengt hem terug bij zijn moeder: hij vergeeft haar en kan zijn rancune achter zich laten. In het tweede wil een vrouw een man begraven, maar ook die leeft nog. Na pogingen om haar werk af te maken, omhelzen ze elkaar. In Fugu gaan tragiek en emotionele diepgang samen met absurdisme en humor.
Concept Karina Holla Muziek Rikard Borggård Eindregie Rob Ligthert Vormgeving Daan Ament Met Karina Holla en Kenzo Kusuda