‘Het gaat uiteindelijk om de voortdurende pogingen van de mens om geborgenheid te vinden in een wereld die onoverzichtelijk is geworden, waarin alle aspecten van het leven zijn doortrokken van economische belangen en de
publieke ruimte steeds meer geprivatiseerd wordt’. Zo verwoordt de Duitse theatermaker René Pollesch zijn drijfveren om theater te maken. Tijdens de Internationale Keuze zijn er voorstellingen te zien die de noodzaak tot structurele verandering uit deze toestand illustreren aan de hand van schetsen van de perverse kanten van onze maatschappij, soms op hardhandige wijze (Kornél Mundruczó), dan weer in poëtische beelden (Kris Verdonck). Zijn deze niet ook een gevolg van de verzakelijking van de relatie tussen overheid en burger? Met als onvermijdelijk effect dat burgers het vertrouwen in de democratie dreigen te verliezen.
Geïnspireerd door de Nederlandse humanist Desiderius Erasmus pleitte de kersverse hoogleraar Praktijk en Cultuur van het Nederlandse Parlement, Klaas de Vries, voor meer aandacht voor de menselijke maat als het gaat om het onderhoud van wat hij de Hortus Democraticus (de tuin der democratie) noemt. Er moet gewerkt worden aan de verbinding tussen de wetenschap, ofwel de theorie van de democratie, en het dagelijkse leven van de politiek, de problemen van mensen in de democratische praktijk. Alleen op die manier kan het tanende vertrouwen van de burger in de democratie hersteld worden. De kunsten zijn bij uitstek de plek waar de verhalen van individuele mensen verbeeld en uitgedrukt worden, en waar deze verhalen het particuliere overstijgen en kunnen transformeren naar universeel geldige vraagstukken. Met de dreigende bezuinigingen op kunst, cultuur en wetenschap dreigt die schakel verloren te gaan. Het debat concentreert zich daarom voornamelijk op de vraag of de Hortus Democraticus wel kan bloeien zonder de kunsten. En in het bijzonder op de rol die theater kan vervullen in het geven van een substantiële stem aan de vaak existentiële, Kafkaiaanse strijd van individuele mensen tegen abstracte instanties.
Nederlands gesproken
Looking for the human measure
Just like previous years, we organise together with De Unie in Debat an evening that provides philosophical links between the festival programme and developments in society and politics. Where can we find a sense of belonging in a world where all aspects of our lives are being measured by an economical standard, where the public domain is more and more privatised? Some of the festival’s performances illustrate the need for structural change through showing perversions of our society. Aren’t these an effect of the changed relationship between the gouvernment and its citizens, who have become clients? What role do the arts play in repairing the loss of faith in our democracy?
Te gast zijn: Ruud Vreeman (politicus, oud burgemeester van Tilburg en auteur van o.a. Zonder Rood geen Paars), Willem Schinkel (socioloog en auteur van o.a. Denken in een tijd van sociale hypochondrie), Marianne Van Kerkhoven (dramaturge, o.a. van K, a Society , publiciste en winnaresvan de Pierre Bayle prijs voor kunstkritiek 2005), Jorge León (film- en theatermaker, o.a. van het drieluik To Serve, i.s.m. Simone Aughterlony), Jonas Staal (beeldend kunstenaar en agitator, auteur van o.a. het essay Post Propaganda) Concept en productie: De Unie in Debat (voorheen: de debatafdeling van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur) in samenwerking met de Rotterdamse Schouwburg.